|
Tegelijkertijd probeerde Ingrand zijn onderzoek en inzichten op het gebied van glas toe te passen op modern design, te beginnen met verlichtingsarmaturen. In 1954 kwam Max Ingrand naar FontanaArte in Milaan. Het bedrijf had moeilijke jaren gekend, de oorlog had de creativiteit vertraagd en de ontwerpen waren te voorzichtig geworden. Max Ingrand werd benoemd tot artistiek directeur van het Italiaanse designhuis.
|
|
In de daaropvolgende dertien jaar creëerde Ingrand diverse iconische lampen, kroonluchters, wandlampen, vazen, tafels en andere interieurstukken, die op meesterlijke wijze een evenwicht vinden tussen sierlijkheid en minimalisme. Ingrand bracht iets nieuws mee: een verlangen om licht opnieuw te laten leven. Niet alleen functioneel, maar emotioneel.
Men zegt dat hij op een avond in zijn atelier zat, kijkend naar een eenvoudige glazen bol. Het licht dat erdoorheen viel was zacht, bijna ademend. Hij dacht:“Wat als een lamp niet alleen verlicht…maar ook een sfeer vertelt?” 1954 de geboorte van een icoon. Zo ontstond in dat jaar de lamp die later bekend zou worden als de 1853. Hij ontwierp haar niet als één lichtbron, maar als een klein universum van lichtlagen. Een bolvormige basis van melkachtig en diffuus opaalglas—droeg een elegante kap, ook van glas, waarin het licht zich verspreidde als mist in de ochtend. Binnenin verstopte hij meerdere lampen. Sommige lieten de voet gloeien, andere de kap, en weer andere stuurden licht omhoog, alsof de lamp zelf de ruimte wilde aanraken. Dit was niet zomaar een lamp, het was een dialoog tussen licht en schaduw. De lamp kreeg de mysterieuze naam 1853. Waarom precies die cijfers? Dat blijft een klein raadsel—alsof Ingrand een stukje poëzie verborgen hield in cijfers. Later werd ze eenvoudiger “Fontana” genoemd, als eerbetoon aan het huis dat haar voortbracht. Maar kenners fluisteren nog altijd haar oorspronkelijke naam, alsof ze een geheime titel dragen. |