Vintage Design Lighting
  • START
  • COLLECTIE
    • VOLLEDIGE COLLECTIE
    • HANGLAMPEN
    • LUCHTERS
    • MUUR- & PLAFONDLAMPEN
    • TAFELLAMPEN
    • VLOERLAMPEN
  • CONTACT
  • DE VERHALEN
    • Arteluce
    • A.V. Mazzega
    • Anvia
    • Artemide
    • Bankamp Leuchten
    • Candle
    • Cosack Leuchten
    • Dijkstra
    • Doria Leuchten
    • Egon Hillebrand
    • ERCO
    • Flos
    • Fog & Mørup
    • Fontana Arte
    • Fritz Hansen
    • Gepo
    • Glashütte Limburg
    • Hala
    • Hans-Agne Jakobsson
    • Harvey Guzzini
    • Herda
    • Holmegaard
    • Kaiser Leuchten
    • Kalmar Leuchten
    • Kinkeldey Leuchten
    • Les Ateliers Boulanger S.A.
    • Leucos
    • Louis Poulsen
    • Martinelli Luce
    • Massive
    • Metalarte
    • O'luce
    • Peill & Putzler
    • Philips
    • Quattrifolio
    • Raak
    • Reggiani Illuminazione
    • Rotaflex Great Britain Ltd.
    • Sciolari
    • Sirrah
    • Sompex / Paul Secon
    • Staff Leuchten
    • Stilnovo
    • Stilux Milano
    • Targetti Sankey
    • Valenti
    • Venini
    • Vistosi
    • Walter Hustadt GmbH & Co
  • SPACE AGE
Afbeelding
Afbeelding

Nederland

Photo: Royal Philips
Frederik Philips
1830 - 1900
Photo: Royal Philips
Gerard L. F. Philips
1858 - 1942
Photo: Royal Philips

Anton Philips
1874  -  1951

In 1891 werd in Eindhoven de firma Philips & Co opgericht door vader Benjamin Frederik David Philips en zoon Gerard Leonard Frederik Philips uit Zaltbommel Nederland.
Nadat Gerard in Delft 1884 was afgestudeerd als werktuigbouwkundig ingenieur, volgde Gerard een cursus 'Elektrische verlichting en transmissie-energie' aan de Universiteit van Glasgow. Voor de Brush Electrical Company ging hij naar Berlijn en vervolgens vestigde hij zich te Londen als vertegenwoordiger van enkele Duitse fabrieken van elektrotechnische artikelen waaronder Allgemeine Elektricitäts-Gesellschaft (AEG) In 1889 keerde hij terug naar Nederland. Hij begon aan zijn plan, om zelf elektrotechnisch materiaal te fabriceren en wel in het bijzonder gloeilampen en kocht in Eindhoven een oude staaldraadfabriek waar  draadnagels en springveren werden geproduceerd. Na enige voorbereiding startte in 1892 er de productie van kooldraadlampen.
Afbeelding
Bakermat gloeilampenfabriek Eindhoven 1891
Afbeelding
Eerste groepsfoto personeel Philips & Co 1891
Vader Frederik Philips was was een Nederlands-Joodse industrieel en bankier. Van 1891 tot 1898 had Frederik Philips als geldschieter de hoofdleiding over Philips & Co. Zijn zoon Gerard promoveert in 1898 daarbij van procuratiehouder tot vennoot van het familiebedrijf.
Gerard Philips was niet de uitvinder was van de technologie achter de lamp ,hij kocht in 1891 weliswaar de patentrechten op de lamp van Edison. Gerard was een visionair en innovator die de productieprocessen en marketing van de lamp heeft veranderd.

In die tijd begon elektriciteit net het dagelijks leven te verlichten. Philips lampen waren een revolutie. In 1910 was Philips uitgegroeid tot één van de grootste lampenfabrikanten van Europa.

Gerard Philips was niet alleen hoogopgeleid, maar had ook gevoel voor ondernemerschap. Samen met zijn vader Frederik ontwikkelde hij een bedrijfsplan dat zich onderscheidde van andere fabrikanten. Gerard zag een concurrentievoordeel door zich te richten op de optimale fabricagetechniek voor één enkel product: de kooldraadlamp (gloeilamp).

Voor andere bedrijven waren gloeilampen slechts een onderdeel van een groter assortiment elektronische producten. Maar niet voor Gerard; hij kocht zelfs halffabrikaten als glas en lampfittingen van derden.
Zijn aanpak was zeer succesvol. Binnen tien jaar na de oprichting van Philips op 15 mei 1891, was het een geduchte concurrent voor industriële reuzen als Siemens & Halske, AEG en General Electric. Gedurende zijn hele werkzame leven bleef Gerard Philips zich bezighouden met de kwaliteit van fabricageprocessen. Zijn adagium was: 'Als de kwaliteit er is, komt de kwantiteit vanzelf'.
Zo werden in 1892 de eerste lampen geleverd aan de Stearine kaasfabriek in Gouda.
In 1895 kwam op verzoek van Vader Philips zijn jongere zoon Anton het bedrijf bijstaan. Anton was 20 jaar en keerde hiervoor terug uit Londen. Hij nam voornamelijk de administratieve taken voor zich, later ook de commerciële werkzaamheden en het handelsreizen
zodat zijn broer Gerard zich geheel aan de fabricage kon wijden.
Afbeelding
Afbeelding

Gerard Philips en technische staf   1916

Afbeelding
Anton kon dus aan de slag als verkoper. De gloeilamp was recent ontdekt en het aantal gebruikers was nog beperkt. Het jonge bedrijf moest vooral de concurrentie aangaan met grote Duitse bedrijven als AEG en Siemens & Halske. Anton Philips begon rond te trekken in Nederland, België en het westen van Duitsland en wist daar menig order voor de fabriek in de wacht te slepen die mede daardoor hard groeide. Anton bleek over grote commerciële vaardigheden te beschikken. De opgedane kennis op de Openbare Handelsschool in Amsterdam en zijn ervaring in de effectenhandel in Amsterdam en Londen kwamen hem goed van pas in de jonge Eindhovense gloeilampenfabriek.
Door zijn doortastende optreden wist hij het bedrijf uit te bouwen tot een grote onderneming. Anton was een harde onderhandelaar. Met kracht en inzet van zijn hele persoon heeft hij het bedrijf waarover hij sinds 1915 de scepter zwaaide, groot gemaakt.

In de Eerste Wereldoorlog maakte hij handig gebruik van de boycot van Duitse producten in landen als Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De technisch superieure producten mochten niet meer geleverd worden in die landen en Philips slaagde erin daar een aanzienlijk marktaandeel te veroveren. In 1898 haalde Anton zijn eerste grote internationale deal binnen, 50000 lampen besteld door de Tsaar van Rusland.

Eerste glasfabriek   1916

Op 1 april 1922 trad Gerard Philips af als directeur van Philips, en werd opgevolgd door zijn broer Anton. Gerard Philips werd commissaris bij enkele bedrijven, en vestigde zich in Parijs en later in Cannes. In 1931 keerde hij terug naar Nederland, en vestigde hij zich in Den Haag.

Na de pensionering van Gerard Philips in 1922 ging Anton alleen verder als directeur. “Hier is het zeer druk met allerlei nieuwigheden, iedereen is volop in de weer en doet zijn uiterste best om zowel kwaliteit als kwantiteit zo hoog mogelijk op te voeren,” schreef Anton in september 1927 aan zijn broer Gerard.
Philips heeft net zijn eerste radiotoestel gepresenteerd aan het publiek. Al sinds enkele jaren werden bij Philips niet alleen gloeilampen geproduceerd. Men was onder andere begonnen met glasfabricage, in 1918 ging Philips röntgenbuizen maken en nadat radiopionier Hanso Idzerda vroeg of Philips radiolampen kon maken, stapte de onderneming in de wereld van het geluid.
Afbeelding

Door de toenemende vraag besloot Anton Philips niet alleen onderdelen, maar ook complete radiotoestellen te produceren. In tien jaar tijd transformeerde het bedrijf van gloeilampenfabriek tot een multinationaal elektrotechnisch concern.

Tegen het einde van de jaren twintig telde Philips dochterondernemingen in 24 landen, waarvan zes buiten Europa. In april 1929 schudde Anton persoonlijk de hand van de twintigduizendste werknemer in Eindhoven en in 1932, vijf jaar na de introductie, werd de miljoenste radio verkocht.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding

Louis Christiaan Kalff
1897 - 1976

Het ontstaan van de reclamestudio (1925 - 1927)

Door de groei van het productassortiment groeit ook de behoefte aan meer reclameontwerpers. De Engelsman Joseph Milner vervangt de vertrokken Hans Oertle.
Louis Kalff meldde zich per brief aan bij de firma Philips. Hij beweerde dat de reclame van het bedrijf niet modern genoeg was en onvoldoende van ‘standing’ getuigde.
Op 1 januari 1925 werd Louis Kalff aangenomen als reclameontwerper, een paar maanden later gevolgd door de jeugdige Mathieu Clement. Vanaf dan is er dan ook sprake van een Philips reclamestudio (als onderdeel van de reclameafdeling) waar Kalff de leiding van had.
Hij probeert een samenhang te creëren tussen het ontwerp van een product, het bijbehorende reclamemateriaal en de inrichting van etalages en tentoonstellingen. Ook probeert hij het Philips woordmerk te standaardiseren. In 1927 komt de Rus Wladimir Bielkine de reclamestudio versterken. Hij houdt zich het eerste jaar vooral bezig met het illustreren van advertenties. Later ontwerpt hij ook brochures, folders en ander klein reclamedrukwerk.

In 1928 wordt de reclameafdeling gereorganiseerd naar voorbeeld van de organisatie bij General Electric. Met ingang van 1 december 1928 wordt de Propaganda Centrale opgericht bestaande uit de afdelingen Commerciële Propaganda, Literaire Propaganda, Technische Propaganda en Artistieke Propaganda. Deze laatste afdeling is een voortzetting van de reclamestudio. Kalff blijft hoofd van deze afdeling. Sies Numann wordt hoofd van de afdeling Commerciële Propaganda en hij is degene die voor de eerste keer een geïntegreerde reclamecampagne (nl. voor radiotoestel type 2514) op touw zet.

In de loop van 1928 zijn twee Duitse reclameontwerpers een wel gekomen aanvulling op de ontwerpcapaciteit. Het zijn Karl Eichhorn en Carl Probst. Kalff schakelt ook de Amsterdamse fotograaf Bern. F. Eilers in voor het maken van reclamefoto's. Eilers fotografeert ook diverse Philips gebouwen en mensen aan het werk. Van deze foto's worden twee series briefkaarten uitgegeven.

Afbeelding

Frans Otten
1895 - 1965

Op 6 juli 1939 trad Anton Philips af als president van de onderneming en droeg de leiding van het concern over aan zijn schoonzoon Frans Otten. Als voorzitter van de Raad van Commissarissen bleef Anton Philips tot enkele maanden vóór zijn overlijden in 1951 verbonden aan het concern.

Frans Otten (geboren in Berlijn) ging na de hogereburgerschool te Amsterdam naar de Technische Hogeschool in Delft. Hij was onder meer lid van de studievereniging de Electrotechnische Vereeniging (ETV). Hij studeerde af in 1923. In 1924 trad hij in dienst van Philips' Gloeilampenfabriek NV en werd in 1927 onderdirecteur. Vanaf 1931 was hij acht jaar financieel en administratief directeur en in 1939 werd hij eindverantwoordelijke van Philips, wat hij 22 jaar zou blijven. In 1961 trad hij terug en nam Frits Philips zijn functie over. Otten was de schoonzoon van Anton Philips, getrouwd met Anna Philips.

Otten was ook van 1928 tot 1961 voorzitter van de federatie geweest. Otten regelde zelfbestuur voor de verschillende takken van sport. Voorheen was voetbal een ondergeschoven kindje of in ieder geval de melkkoe van de vereniging, daar de afdracht van de voetbaltak een relatief groot aandeel had ten opzichte van andere takken. Door Otten kwam voetbal in hoger aanzien te staan binnen PSV en binnen Eindhoven. Otten wilde door kwaliteit zorgen voor een gezonde club. Hij zorgde voor nieuwbouw en uitbouw van tribunes en kleedlokalen. Zo werd hij de grote man achter de successen van PSV-voetbal.

Philips tijdens WOII

Het grote evacuatieplan van Philips Eindhoven.

Negen mei 1940: de top van Philips krijgt een tip over een naderende Duitse inval en vlucht halsoverkop het land uit met een flink deel van het bedrijfskapitaal op zak. Vanuit de Verenigde Staten probeert een klein clubje met vallen en opstaan de multinational door de oorlog te slepen.

Vanwege politieke spanningen besloot de directie al in 1934 een werkgroep op te richten voor evacuatieplannen van personeel en machines. J. Hamming en Frans Otten stelden een evacuatieplan op, gericht op verplaatsing naar Vesting Holland (achter de Waterlinie), waarvoor goedkeuring van de regering nodig was. De regering stemde toe, mits Philips ook voor het leger ging werken, wat leidde tot een herziening van de plannen. In 1936 gaf de minister van Defensie zijn akkoord.

Regeling Buitengewoon Vervoer (RBV) was het evacuatieplan dat in werking trad met een waarschuwing van de regering. Het plan omvatte de overbrenging van personeel, machines, voorraden, en archieven. Personeel ging naar Noord- en Zuid-Holland, terwijl een klein deel naar Engeland vertrok. Philips nam juridische maatregelen om de onderneming veilig te stellen voor een mogelijke bezetting.

Diek Otten, de zoon van Frans Otten en als dertienjarige één van de Philips evacuees, vertelt over het RBV-plan. Hij zegt dat zijn vader goede intuïtie had en al vroeg begreep wat er ging gebeuren. Volgens Diek was Philips beter voorbereid op de oorlog dan Nederland.

Het evacuatieplan is drie keer uitgevoerd. In november 1939 en april 1940 zijn de Philips-leiders met hun familie naar Den Haag vertrokken, maar dat bleek loos alarm. Op 9 mei 1940 kreeg Frans Otten het bericht dat Duitse troepen Nederland zouden binnenvallen, wat leidde tot evacuatie. Machines werden ontmanteld en een trein met ongeveer 150 mensen werd klaargemaakt. Echter, de aanval verstoorde de reis.

De Philips-directie ontving op 13 mei het bericht dat ze moesten vertrekken naar Hoek van Holland. Frits Philips bleef achter om het bedrijf te leiden. De rest ging naar Hoek van Holland, waar ze worden gecontroleerd voordat ze aan boord konden van Britse schepen. Hun reis leidde naar Snowdenham Hall, buiten Londen.


Tijdens het verblijf in Snowdenham Hall werkten mannen voor Philips, terwijl vrouwen de huishoudelijke taken deden en kinderen naar school gingen. Van Walsem herinnerde zich dat de oude heer Philips bij het ontbijt de gestoofde pruimen indeelde. Door dreigende bombardementen op Londen vertrok men enkele maanden later uit Snowdenham Hall naar de Verenigde Staten, waar oud-werknemer Arie Vernes hielp met de opvang. In Larchmont waren gemeubileerde huizen geregeld en een verdieping van het Roosevelt Hotel fungeerde als kantoor. Kinderen leidden snel een nieuw leven, gingen naar school en vierden Sinterklaas, hoewel de gezinnen elkaar niet vaak zagen. De vaders waren altijd aan het werk en hadden contacten met Philips-vestigingen en de Nederlandse regering.

De Philips-top zag kansen in Amerika en wilde het bedrijf daar uitbreiden. Anton Philips had al jaren plannen om de Amerikaanse markt te veroveren. Vanaf 1940 was de echte Philips-top in Amerika aanwezig en er werden fabrieken opgezet om het Amerikaanse leger te voorzien van radiobuizen. Philips werkte zowel mee met de geallieerden als met de Duitsers, wat leidde tot goede zaken aan beide kanten. Door het bedrijf op te splitsen, kon de Duitse bezetter niet het hele Philips-concern controleren.

De opbouw van de Amerikaanse tak ging met problemen; Philips kreeg boetes voor het overtreden van anti-trustwetten en er werd een onderzoek ingesteld door de Amerikaanse Senaat naar de handelswijze tijdens de oorlog. Philips werd beschuldigd van dubbele belangen, maar het onderzoek eindigde zonder verdere gevolgen.

De tragische Sinterklaasdag van 1942

De luchtaanval, uitgevoerd door 89 gevechtsvliegtuigen van de Engelse Royal Air Force, begint om vijf over half één. In drie opeenvolgende korte aanvalsgolven laten de zeer laag vliegende toestellen hun bommen vallen op de fabriekscomplexen aan de Emmasingel en in Strijp. De hele operatie duurt niet langer dan een kwartier. Met ‘Operation Oyster’, de codenaam van deze luchtaanval, proberen de geallieerden de productie te treffen van radiolampen die door de Duitsers worden gebruikt.
Door de bommen worden diverse Philipspanden zwaar beschadigd. Op het complex Strijp zijn alle grote radiofabrieken getroffen. De glasfabriek is geraakt en de fabriek voor bakeliet brandt geheel uit. De bedrijfsschool aan de Kastanjelaan, waarin ook het eerste Philips Museum is gevestigd, is grotendeels verwoest.
Het hoofdkantoor aan de Emmasingel ligt bijna volledig in puin. De kleinere gebouwen op het dicht bebouwde terrein worden door voltreffers geraakt en gaan in vlammen op. De grote fabrieksgebouwen aan de Emmasingel, waarin gloeilampen en elektronenbuizen worden gemaakt, lopen slechts geringe schade op. Een aantal bommen mist hun doel en komt naast de fabrieken in het omliggende woon- en winkelgebied tot ontploffing, vooral op de Demer, de drukbezochte winkelstraat in het hart van de stad.

Verdwaalde bommen treffen ook het Binnenziekenhuis aan de Vestdijk en het treinstation. Het zijn deze missers die in de stad veel slachtoffers maken en grote schade aan de bebouwing aanrichten. Meer dan tweehonderd huizen zijn onbewoonbaar geworden. Er komen 172* mensen om het leven en ongeveer eenzelfde aantal raakt gewond.  
Na de bevrijding kwam het grootste deel van de Philips-gemeenschap terug naar Eindhoven. Enkele stafleden bleven in Amerika vanwege goede carrièremogelijkheden.
Afbeelding
Na de Tweede Wereldoorlog breidde Philips zijn productassortiment uit met een ruim assortiment aan consumentenelektronica en huishoudapparaten, ook met technologie voor de gezondheidszorg. Het bedrijf begon zich te richten op onderzoek en ontwikkeling waaruit verschillende hoog innovatieve patenten uit ontstonden waaronder audio- en beeldvormingstechnologie.

Tijdens de jaren 1960 - 1970 breidde Philips zijn productlijn en wereldwijde aanwezigheid verder uit. Het ondertussen sterk merk geworden Philips paste een doordachte strategische marketing toe, met focus op innovatie, duurzaamheid en ook sociale verantwoordelijkheid. De afgelopen jaren is het bedrijf blijven innoveren op gebieden als energiezuinige verlichting en gezondheidszorgtechnologie. Tegenwoordig is Philips een toonaangevend technologiebedrijf actief in meerdere sectoren.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding

Louis Christiaan Kalff
1897 - 1976

Louis Kalff was een Nederlands architect en grafisch vormgever. Zijn vader was hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad. Na een HBS-opleiding studeerde Kalff aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus Amsterdam (nu de Rietveld Academie) en architectuur aan de Technische Hogeschool in Delft.
Tussen 1925 en 1926 heeft Louis Kalff samen met Jan Hanrath het gebouw ontworpen van de Delftse Studenten Roeivereeniging "Laga" in de stijl van de Amsterdamse School.

In 1925 ging Louis Kalff van start bij de reclameafdeling van Philips in Eindhoven. Al snel kreeg hij de leiding over de afdeling Commerciële en Artistieke grafische vormgeving van Philips “Artistic Propaganda”. Naar aanleiding van het opkomend belang van verlichting als architecturale meerwaarde werd er in 1929 onder zijn leiding het Lichtadviesbureau (LIBU) opgericht waar hij fungeerde als onafhankelijk lichtarchitect. Kalff nam deel aan de wereldtentoonstellingen in Barcelona, Antwerpen, Brussel en Parijs. Zijn bekendste werk met de LIBU was een lichttentoonstelling in het Philips Paviljoen in samenwerking met het bureau van Le Corbusier en Edgar Varèse op de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1958.

Kalff ontwierp ook het gekende Philips logo (met lichtfonkels en radiogolven) en raakte betrokken bij het ontwerpen van houten radiobehuizingen, luidsprekerconussen en andere elektrische apparaten. Daarnaast ontwierp hij als freelancer affiches en reclamedrukwerk voor de Holland-Amerikalijn, Calvé, Zeebad Scheveningen, en Holland Radio. Hij ontwierp ook boekbanden.

Rond 1946 werd hij benoemd tot 'Art Director' van ARTO (voormalig 'Artistic Propaganda'). Een team van ontwerpers en grafische vormgevers die actief bezig waren met de industriële vormgeving van het merk Philips. Met dit team ontwierp hij onder anderen diverse lamparmaturen in een modernistische functionele stijl. Hoewel Kalff pleitte voor een centrale ontwerpafdeling waar ook onderzoek zou moeten plaatsvinden, werd een dergelijke afdeling (AVO) pas in 1954 gerealiseerd onder zijn opvolger Rein. Veersema. Een groot deel van de ontwerpverantwoordelijkheden en het personeel van de ARTO werden tegen de visie van Kalff overgeplaatst naar de AVO. Het ontwerp van verlichtingsarmaturen en professionele apparatuur bleef bij het ARTO team en onder supervisie van Kalff. Dit bleef zo tot Kalff met pensioen ging in 1960.

Bij Philips werkte Kalff ook als architect aan projecten zoals: het Dr. A.F. Philips Observatorium (1937) in Eindhoven, de Diamantboorderij (1948) in Valkenswaard en enkele landhuizen in Eindhoven en Waalre voor directieleden van Philips.
Na zijn pensionering in 1960 bleef Louis Kalff bij Philips als adviseur en architect. In 1961 kreeg hij de leiding en uitvoering van het Evoluon. Het was het laatste werk van de lichtarchitect die bijna veertig jaar de reclame en vormgeving verzorgde van het Philips-concern.

Evoluon   1966

Afbeelding
Afbeelding
Het Evoluon is een iconisch gebouw in Eindhoven, Nederland, dat oorspronkelijk werd gebouwd door de technologiebedrijf Philips in 1966. Het werd ontworpen door de architecten Delftse School, met als hoofddoel een tentoonstellingsruimte te bieden voor technologische innovaties, wetenschappelijke ontwikkelingen en de toekomst van de technologie. Het gebouw heeft een opvallende vorm die lijkt op een vliegende schotel of een futuristisch ruimteschip, wat het tot een uniek herkenningspunt maakt in de stad.

Geschiedenis en Doel
Het Evoluon werd geopend op 6 mei 1966 door prins Bernhard der Nederlanden en was een cadeau van Philips aan de stad Eindhoven. Het doel van het gebouw was om een platform te bieden voor technologie en vooruitgang, en het fungeerde als een museum en tentoonstellingsruimte. De tentoonstelling in het Evoluon richtte zich vooral op technologische vooruitgang, en de tentoonstellingen werden telkens vernieuwd om de nieuwste innovaties te laten zien.

Architectuur
Het gebouw heeft de vorm van een grote koepel die rust op drie poten. Het dak van de koepel is het meest opvallend met zijn paraboolvormige ontwerp. Het was in de jaren '60 een vooruitstrevend ontwerp dat de moderne, technologische uitstraling van Philips en Eindhoven symboliseerde. De vorm van het gebouw en de transparante gevel maken het visueel indrukwekkend.
Heden en Herbestemming
Na de sluiting van het Evoluon als tentoonstellingsruimte in 1989, werd het gebouw een congrescentrum en wordt het nog steeds gebruikt voor zakelijke evenementen, conferenties en vergaderingen. Het gebouw is in de loop der jaren gerenoveerd en aangepast, maar het behoudt zijn karakteristieke uitstraling.
Het Evoluon blijft een belangrijke bezienswaardigheid in Eindhoven en is een symbool van de stad, die wereldwijd bekend staat als "de stad van de technologie" en als thuisbasis van Philips en de High Tech Campus.

Functie en Toekomst
Hoewel het Evoluon nu geen museum meer is, wordt het nog steeds beschouwd als een symbool van technologische vooruitgang en innovatie. De toekomst van het gebouw wordt in verband gebracht met zowel zijn historische waarde als de mogelijkheid om het opnieuw te gebruiken als een centrum voor technologie en wetenschappelijk onderzoek.

PHILIPS verlichting

Bijou   1950's - 1960's
Afbeelding
Afbeelding
Junior   1955

Decora  1956 

Senior  1957  

Model NX 110   1958
Model NX 38   1958
Model NB 100   1959

Diplomat  1967 

Major   1968    &   Timor   1976 

Louis Kalff

De eerste versie van deze lamp (Major) werd ontworpen rond 1968 en kenmerkt zichzelf door een stang in chroom  later rond

Romeo    1968

Afbeelding
Model NB 92   1959

Model NT 59 / Monte Carlo   1958

Tahiti / Tobrouk   1964

Afbeelding

Jean-Paul Emonds-Alt
1928 - 2014

Jean-Paul Emonds-Alt was een Belgische ontwerper, beeldhouwer en schilder, geboren in Etterbeek bij Brussel in 1928. Hij overleed op 13 augustus 2014 op 86-jarige leeftijd. Emonds-Alt studeerde beeldhouwkunst aan de Nationale School voor Architectuur en Decoratieve Kunsten (Ter Kameren - La Cambre) in Brussel, in het atelier van Oscar Jespers, waarvan hij later assistent werd.

Vanaf 1964 wijdde hij zich voornamelijk aan design, waarbij hij zich richtte op de vorm van industriële producten, zoals deze tafellamp die hij ontwierp voor Philips.
Deze lamp zou geproduceerd zijn tijdens 1964 en 1973 in de Philips site te Leuven (België)

Jean-Paul Emonds-Alt werd herhaaldelijk geëerd voor zijn werk.
Hij ontwierp ook het logo voor de Brusselse metro in 1976.

PHILIPS catalogus France 1962

PHILIPS catalogus France 1963

PHILIPS catalogus France 1964

PHILIPS catalogus France 1965

PHILIPS catalogus France 1966 & 1967

PHILIPS catalogus France 1968

Vintage Design Lighting
Hanglampen
Luchters
Muur- & plafondlampen
Tafellampen
Vloerlampen
Copyright© 2025 - All Rights Reserved to Vintage Design Lighting     BE 1022.181.446.
Statutaire zetel:  Waversesteenweg 1A 3360 Opvelp (B)   /   Atelier: Kerspelstraat 36 3001 Heverlee     +32(0)474104650      [email protected] 
  • START
  • COLLECTIE
    • VOLLEDIGE COLLECTIE
    • HANGLAMPEN
    • LUCHTERS
    • MUUR- & PLAFONDLAMPEN
    • TAFELLAMPEN
    • VLOERLAMPEN
  • CONTACT
  • DE VERHALEN
    • Arteluce
    • A.V. Mazzega
    • Anvia
    • Artemide
    • Bankamp Leuchten
    • Candle
    • Cosack Leuchten
    • Dijkstra
    • Doria Leuchten
    • Egon Hillebrand
    • ERCO
    • Flos
    • Fog & Mørup
    • Fontana Arte
    • Fritz Hansen
    • Gepo
    • Glashütte Limburg
    • Hala
    • Hans-Agne Jakobsson
    • Harvey Guzzini
    • Herda
    • Holmegaard
    • Kaiser Leuchten
    • Kalmar Leuchten
    • Kinkeldey Leuchten
    • Les Ateliers Boulanger S.A.
    • Leucos
    • Louis Poulsen
    • Martinelli Luce
    • Massive
    • Metalarte
    • O'luce
    • Peill & Putzler
    • Philips
    • Quattrifolio
    • Raak
    • Reggiani Illuminazione
    • Rotaflex Great Britain Ltd.
    • Sciolari
    • Sirrah
    • Sompex / Paul Secon
    • Staff Leuchten
    • Stilnovo
    • Stilux Milano
    • Targetti Sankey
    • Valenti
    • Venini
    • Vistosi
    • Walter Hustadt GmbH & Co
  • SPACE AGE